Mijn liefde voor tekenen en humor begon als een manier om de wereld een beetje te begrijpen. Na het verlies van mijn vader op jonge leeftijd werd die wereld ineens een stuk ingewikkelder. Tekenen werd mijn manier om grip te krijgen op alles wat ik zag en voelde.
Ik groeide op tussen uitersten. Van een hogere middenklasse naar lagere. Dat contrast is altijd blijven hangen en vormt hoe ik naar dingen kijk. Ik zie het absurde in rijkdom, maar ook de humor en warmte in het alledaagse.
Die tegenstellingen zitten in alles wat ik maak. Groot en klein, arm en rijk, comedy en drama,
Voordat ik op St. Joost terechtkwam, heb ik een breed pad afgelegd. Op mijn negentiende liep ik stage in Engeland bij een universiteit, binnen het Equality and Diversity department. In die periode heb ik veel geleerd over diversiteit en maatschappelijke thema’s, en woonde ik voor het eerst op mezelf in een onbekende omgeving. Juist daar werd voor mij duidelijk dat ik mijn droom om illustrator te worden serieus wilde volgen.
Daarna volgde een korte maar vooral vreemde periode als vrijwilliger op een enigszins bizarre, meditatieve plek in een kasteel in Duitsland, waar ik mensen ontmoette van over de hele wereld.
Mijn creatieve basis legde ik op het Grafisch Lyceum Rotterdam, waar ik Mediavormgeving studeerde. Daar ontwikkelde ik sterke ontwerpvaardigheden en leerde ik werken met de Adobe-programma’s, waardoor ik nu cross-mediaal inzetbaar ben.
Voor mijn stage kwam ik terecht bij Rubinstein Uitgeverij. Deze periode voelde bijna surrealistisch, maar was ontzettend vormend. Ik leerde professioneel werken, omgaan met deadlines en samenwerken binnen een team dat mij stimuleerde om te groeien.
Vervolgens deed ik een propedeusejaar 2D-animatie aan de HKU. Hoewel ik daar veel leerde over beweging en beeld, merkte ik dat mijn focus altijd terugging naar illustratie. Animatie zie ik sindsdien als een middel om mijn illustraties te versterken, niet als einddoel op zich.
Daarom koos ik voor St. Joost, een plek die voor mij voelt als een incubator voor mijn signatuur. Hier werk ik aan uiteenlopende projecten die aansluiten op het werkveld.
Ik ben geïnspireerd door veel verschillende makers. Veel mensen denken dat ik vooral door Quentin Blake ben beïnvloed, maar hij is eigenlijk maar één onderdeel van een groter web aan inspiratiebronnen. Zo haal ik veel uit de oude Amerikaanse illustratoren die voor The New Yorker werkten, zoals Saul Steinberg, William Steig en Jules Feiffer. Ik haal ook veel inspiratie uit kunstenaars en stromingen, zoals het fauvisme in kleur en Cobra in het kinderlijke en het plezier van het maken. Daarnaast kijk ik naar hoe Matisse compositie en kleur gebruikt in zijn werk. En is het grafische werk van kinderboekillustrator Tomi Ungerer een grote inspiratie.
Daarnaast vind ik veel inspiratie in literatuur en film. De komiek Jacques Tati is voor mij een grote inspiratiebron, niet alleen in humor, maar ook in compositie en karaktergebruik. Zijn film PlayTime is dan ook mijn favoriete film.