jEFFREY BUWALDA

INFO

Mijn liefde voor humor en tekenen begon al vroeg. Als kind was ik geobsedeerd door drie dingen: de Donald Duck, MAD Magazine en de serie Boesboes. Vooral met die laatste word ik nog vaak in mijn persoonlijkheid vergeleken.


Door een turbulente jeugd, na het verlies van mijn vader op jonge leeftijd, heb ik altijd in contrasten geleefd. Van een hogere middenklasse naar armoede. Die ervaring heeft mijn blik gevormd. Ik kijk kritisch naar de wereld en zie het absurde in rijkdom, maar ook de humor in de gewone mens.

Die contrasten vormen de kern van mijn werk. Groot en klein, arm en rijk, het alledaagse en het surrealistische.


Voordat ik op St. Joost terechtkwam, heb ik een breed pad afgelegd. Na een middelbareschooltijd die niet voor herhaling vatbaar was, liep ik op mijn negentiende stage in Engeland bij een universiteit, binnen het Equality and Diversity department. Voor het eerst woonde ik op mezelf, in een onbekende omgeving. Daar besefte ik, tussen het administratieve werk en onderzoek door, dat ik mijn levensdoel serieus moest nemen: illustrator worden.

Daarna volgde een korte maar vooral vreemde periode als vrijwilliger op een enigszins bizarre, meditatieve plek in een kasteel in Duitsland, waar ik mensen ontmoette van over de hele wereld.


Mijn creatieve basis legde ik op het Grafisch Lyceum Rotterdam, waar ik Mediavormgeving studeerde. Daar ontwikkelde ik sterke ontwerpvaardigheden en leerde ik werken met de Adobe-programma’s, waardoor ik nu cross-mediaal inzetbaar ben.

Na een korte stage bij Public Cinema kwam ik terecht bij Rubinstein Uitgeverij. Deze periode voelde bijna surrealistisch, maar was ontzettend vormend. Ik leerde professioneel werken, omgaan met deadlines en samenwerken binnen een team dat mij stimuleerde om te groeien.


Vervolgens deed ik een propedeusejaar 2D-animatie aan de HKU. Hoewel ik daar veel leerde over beweging en beeld, merkte ik dat mijn focus altijd terugging naar illustratie. Animatie zie ik sindsdien als een middel om mijn illustraties te versterken, niet als einddoel op zich.

Daarom koos ik voor St. Joost, een plek die voor mij voelt als een incubator voor mijn signatuur. Hier werk ik aan uiteenlopende projecten die aansluiten op het werkveld. Tijdens mijn studie ontdekte ik mijn liefde voor redactionele illustratie.


Waar kinderboekillustratie voor mij soms voelt als een gearrangeerd huwelijk, voelt de redactionele wereld als een liefdeshuwelijk. Het daagt me uit, sluit aan bij mijn interesse in maatschappij, ethiek en politiek, en geeft me energie.


Ik ben geïnspireerd door veel verschillende makers. Veel mensen denken dat ik vooral door Quentin Blake ben beïnvloed, maar hij is eigenlijk maar één onderdeel van een groter web aan inspiratiebronnen. Zo haal ik veel uit de oude Amerikaanse illustratoren die voor The New Yorker werkten, zoals Saul Steinberg, William Steig en Jules Feiffer.

Daarnaast vind ik veel inspiratie in literatuur en film. De komiek Jacques Tati is voor mij een grote inspiratiebron, niet alleen in humor, maar ook in compositie en karaktergebruik. Zijn film PlayTime is dan ook mijn favoriete film.